jump to navigation

Wijzigingen van art. 125 en 126 Sv juni 20, 2006

Posted by Coen in Juridisch.
trackback

Wijzigingen van Art. 125 en 126 Sv

De conclusies van het rapport van de Parlementaire Enquête Commissie Opsporingsmethoden (Inzake opsporing) leidden tot de wettelijke regeling van een aantal gebruikte opsporingsmethoden en de daarvoor noodzakelijke bevoegdheden. In 2000 is de bevoegdheid van art. 125f bij de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden (Wet BOB) gewijzigd in het nieuwe art. 126n Sv, terwijl een nieuwe bevoegdheid tot het opvragen van verkeersgegevens in gevallen van een redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband misdrijven worden beraamd of gepleegd, als omschreven in artikel 67 Sv, eerste lid, die gezien hun aard of samenhang met andere misdrijven, die in dat georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren, is ingevoerd in art. 126u Sv.

De Wet BOB dient als grondslag voor opsporingsmiddelen die gepaard gaan met inbreuken op de persoonlijke levenssfeer en de regulering van de inzet van die middelen. Deze middelen worden over het algemeen heimelijk ingezet om informatie te verzamelen die voor het strafrechtelijk onderzoek van belang kan zijn. Met de Wet BOB is getracht de doorzichtigheid van de toepassing van opsporingsbevoegdheden die een inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer te vergroten en geheime, buiten de officier van justitie om toegepaste bevoegdheden uit te bannen. Daarnaast is de controleerbaarheid van de toepassing achteraf vergroot.

Per 1 september 2004 is de Wet Vorderen gegevens telecommunicatie  in werking getreden. De bepalingen van artikel 126n en 126u werden aangepast.

Als eerste bevatten de artikelen 126n en 126u Sv sinds de wijziging een nauwkeuriger afgebakende reikwijdte van de bevoegdheid. De vordering behoeft sinds de wetswijziging niet meer alleen betrekking te hebben op de gegevens betreffende het verkeer waarvan kon worden vermoed dat de verdachte er aan deelnam. Ook is er in de wetswijziging een onderscheid gecreëerd tussen historische en toekomstige gegevens. De wijze waarop een vordering kan worden gedaan wordt geregeld bij Algemene maatregel van Bestuur. (Besluit vorderen gegevens telecommunicatie, Staatsblad 2004, 394).

De bevoegdheid tot het vorderen van gegevens betreffende de naam, adres, woonplaats, postcode, nummer en soort dienst van personen die gebruik maken van telecommunicatiewerken of –diensten, de zogenaamde gebruikersgegevens, is geregeld in artikel 126na/ua. Voor de toepassing van deze bevoegdheid is de tussenkomst van de officier van justitie niet vereist. Opsporingsambtenaren kunnen in het belang van het onderzoek naar een gepleegd misdrijf of naar aanleiding van het redelijk vermoeden dat in georganiseerd verband misdrijven als omschreven in artikel 67, eerste lid, worden beraamd of gepleegd, die gezien hun aard of samenhang met andere misdrijven die in dat georganiseerd verband worden beraamd of gepleegd een ernstige inbreuk op de rechtsorde opleveren gebruik maken van deze nieuwe bevoegdheid die voor de wetswijziging geacht werd onderdeel uit te maken van de bevoegdheid van art. 126n/u.

Advertenties

Reacties»

1. Gertjan - juni 23, 2006

Een interessante serie verhandelingen, over de telecomwetgeving. Wat zou de beste wijze zijn om deze gegevens aan het FIS te koppelen?
Wie is eigenlijk de eigenaar van de verkeersgegevens, als het om een corporate netwerk gaat?

De gegevens staan bij de netwerkbeheerder op het informatiesysteem, maar als eigenaar van het FIS zou ik de vrije beschikking (binnen de aan het FIS gestelde beperkingen) willen hebben over deze data.

2. Coen - juni 25, 2006

Voor zover ik heb kunnen nagaan is de registrerende instantie de eigenaar van de verkeersgegevens.

De Telecomwet verplicht beheerders van communicatienetwerken en -diensten tot het aftapbaar maken van hun apparatuur en verbindingen. Het eerste lid van artikel 13.1 van de Telecommunicatiewet luidt: ‘Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten stellen hun telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten uitsluitend beschikbaar aan gebruikers indien deze aftapbaar zijn’.

Niet alleen openbare netwerken en diensten moeten aftapbaar zijn, ook de meeste andere computersystemen dienen zo te worden ingericht dat opsporingsinstanties en inlichtingen- en veiligheidsdiensten de gegevensstroom kunnen aftappen of opnemen. Volgens de Memorie van Toelichting op deze wet valt bijvoorbeeld te denken aan bedrijfsnetwerken van een concern en zogenoemde gesloten gebruikersgroepen.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: