jump to navigation

Telecommunicatie Wet in combinatie met Wet bescherming persoonsgegevens juni 20, 2006

Posted by Coen in Juridisch.
trackback

Telecommunicatie Wet

Op dit moment bestaat er nog geen wettelijke verplichting tot het opslaan van historische verkeersgegevens, behoudens de in de bepaling van artikel 13.4 lid 2 Telecommuncatiewet geregelde verplichting om gegevens voor een periode van 3 maanden op te slaan ten aanzien van prepaid abonnementen. Dit betreft echter een beperkte set van gegevens, te weten de tijdstippen waarop telecommunicatie heeft plaatsgevonden, de met die tijdstippen en de desbetreffende telecommunicatie corresponderende nummers en het basisstation waar die gegevens zijn binnen gekomen.

De vordering als bedoeld in de artikelen 126n/u beslaat derhalve slechts die gegevens die door de aanbieder van een telecommunicatiedienst of – netwerk ten behoeve van een ander doel, meestal facturering, zijn opgeslagen. De gegevensbeheerder van bedrijven die dergelijke gegevens opslaan, bepaalt derhalve welke gegevens worden opgeslagen en voor welke periode zulks gebeurd.

De gegevensverwerking wordt beperkt door de eisen die de Telecommunicatiewet en de Wet bescherming persoonsgegevens daaraan stellen. De aanbieder van een openbaar elektronisch telecommunicatienetwerk of –dienst is verplicht om verkeersgegevens met betrekking tot abonnees en gebruikers die worden verwerkt en opgeslagen, te wissen of anoniem te maken wanneer ze niet langer nodig zijn voor het doel van de transmissie van communicatie. Deze verplichting geldt echter niet voor verkeersgegevens die noodzakelijk zijn voor de facturering. Met instemming van de abonnee of gebruiker kunnen de gegevens daarnaast verder worden verwerkt ten behoeve van de marketing van elektronische communicatiediensten (marktonderzoek) of de levering van diensten met een toegevoegde waarde (art. 11.5 Telecommunicatiewet). 

Verder geldt dat de aanbieders in afwijking van deze verplichtingen gegevens kunnen verwerken indien dat noodzakelijk is in het belang van de opsporing en vervolging van strafbare feiten (art. 11.13, tweede lid van de Telecommunicatiewet). In een dergelijk geval is dus de verwerking van verkeersgegevens toegestaan ten behoeve van het voldoen aan een vordering van de officier van justitie op grond van de artikelen 126n/u Strafvordering.

Zoals hiervoor is opgemerkt kan deze vordering slechts betrekking hebben op de gegevens die ten tijde van de vordering zijn verwerkt dan wel na het tijdstip van de vordering worden verwerkt (art. 126n, eerste lid, Sv). Zie ook alinea Toekomstige gegevens: https://coengertjanmartin.wordpress.com/2006/06/20/soorten-gegevens/

 

Wet bescherming persoonsgegevens

Gegevens mogen slechts worden verzameld voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden (art. 7 Wbp). Op basis van de bepaling van artikel 9 Wbp kunnen de gegevens niet worden verwerkt op een wijze die onverenigbaar is met de doeleinden waarvoor ze zijn verkregen. De gegevensverwerking wordt daarmee beperkt tot de doelen die de aanbieder van de telecommunicatiedienst of het telecommunicatienetwerk zelf zal hebben.
 
De voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten zal geen doel van de aanbieder zijn. Artikel 43 Wpb geeft echter de mogelijkheid voor de aanbieder om, in afwijking van het in artikel 9 Wbp gestelde, gegevens verder te verwerken indien dit noodzakelijk is in het belang van, onder andere, de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten en de veiligheid van de staat.

Advertenties

Reacties»

No comments yet — be the first.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: